Lipiden of vetzuren

“Lipiden” is een algemene term voor alle vormen van vetstof. Ze zijn geschikt in een verzameling van vetzuren van verschillende chemische structuren:

Verzadigde vetzuren

olijfolie is gezond

De korte-ketenvetzuren zijn chemisch weinig reactief en zijn stabiel. Ze worden vetten genoemd omdat ze op kamertemperatuur niet-vloeibaar zijn. Vetten zijn talrijk aanwezig in voedingsstoffen van dierlijke aard. We vinden ze terug in vlees, boter, melk en afgeleide producten. Ze verhogen het gehalte aan serumcholesterol en bevorderen zo de ontwikkeling van artherosclerose.

Onverzadigde vetzuren

De lange-ketenvetzuren kunnen zich verbinden met andere elementen en zijn vloeibaar op kamertemperatuur. Daarom worden ze oliën genoemd. Ze zijn het hoofdbestanddeel van de plantaardige oliën en worden opgedeeld in 2 categorieën:

 

    1. Enkelvoudig (mono-) onverzadigde vetzuren

De moleculen bevatten slechts een enkele dubbele verbinding, wat hen weinig reactief maakt. Het belangrijkste in deze vetzuren is het oleïnezuur, het hoofdbestanddeel van olijfolie dat men ook in grote mate terugvindt in avocado’s, hazelnoten, pinda’s en amandelen. In het bloed verminderen de enkelvoudig onverzadigde vetzuren de ‘slechte cholesterol’, terwijl ze het gehalte aan goede cholesterol’ op hetzelfde peil houden.

    2. Meervoudig (poly-) onverzadigde vetzuren

Ze bevatten minstens twee dubbele verbindingen en zijn erg onstabiel. Ze zijn erg gevoelig voor zuurstof en moeten zich binden aan elementen die hen beschermen tegen oxidatie. Deze familie heeft twee vetzuren die ‘essentieel’ worden genoemd omdat ons lichaam ze nodig heeft maar ze niet zelf kan produceren. We vinden ze terug in zonnebloem-, soja-, saffloer-, noten- en koolzaadolie.

Cholesterol

Cholesterol is specifiek aan dierlijke producten en is vooral aanwezig in orgaanvlees en eieren. Het bevoorraadt het lichaam met vitamine D en verschillende hormonen. Het wordt in het bloed getransporteerd door de proteïne LDL, die de cholesterol en de lipiden vervoert naar de cellen, en door de proteïne HDL die het overschot naar de lever voert zodat het kan geëlimineerd worden door de gal.
Een teveel aan cholesterol veroorzaakt een stijging van het LDL dat kan oxideren en zich zo kan vasthechten aan de aderwanden.